Wat is er mis met palmolie?

Wat is er mis met palmolie, vraag je je af? De laatste jaren is palmolie vaak negatief in het nieuws geweest. Dit is voornamelijk omdat er voor palmolie bossen worden gekapt en er mensenrechten worden geschonden bij de productie. Vooral de boskap voor palmolieplantages veroorzaakt veel dierenleed. Steeds meer mensen kiezen daarom voor duurzame palmolie te gaan of om palmolie zo veel mogelijk te boycotten. Hoewel dit in eerste instantie heel logisch lijkt, draagt dit helaas helemaal niet bij aan het oplossen van het probleem en als palmolie op grote schaal geboycot wordt, kan dit zelfs nog slechter zijn voor het milieu en mensenrechtenschendingen.

Palmolieproductie

De productie van palmolie is in de afgelopen jaren enorm toegenomen, vooral in Zuidoost-Azië. Daar wordt inmiddels 80% van alle palmolie geproduceerd. Tegenwoordig is palmolie de meest geproduceerde olie en groeit de productie met zo’n 8% per jaar.

Het is niet verwonderlijk dat palmolie zo populair is omdat het winnen van olie uit oliepalmen heel efficiënt is. Daardoor kan er per hectare grond een enorme hoeveelheid olie geproduceerd worden. Daarnaast is palmolie ook heel veelzijdig. Het kan gebruikt worden in allerlei soorten voeding, maar ook in bijvoorbeeld verzorgingsproducten, waardoor het in ongeveer de helft van alle supermarktproducten zit.

De vraag naar palmolie groeit

Doordat palmolie zo’n handig product is, is er veel vraag naar, waardoor er steeds meer palmolieplantages bij komen. Dit heeft helaas geleid tot het verdwijnen van grote delen tropisch regenwoud in vooral Zuidoost-Azië. Dit heeft gezorgd voor het verminderen van de biodiversiteit en de dood van veel dieren. Daarnaast worden delen oerwoud regelmatig weggebrand om ruimte te maken voor plantages, waardoor er ook nog eens heel veel CO2 in de lucht terechtkomt.

Slecht voor milieu en mens

Dit is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor mensen. Vaak is er sprake van landroof, waarbij land gestolen wordt van de huidige bewoners of eigenaren en waardoor het voor de lokale bevolking vaak steeds moeilijker wordt om genoeg eten te verbouwen. Onderzoek van de NGO GRAIN concludeerde dat dit inheemse bevolkingen in zowel Zuidoost-Azië als in Afrika ernstig bedreigt.

Dat is helaas niet de enige mensenrechtenschending van palmoliebedrijven. Volgens onderzoek van Amnesty International worden arbeiders in de palmolieproductie ernstig uitgebuit. Een paar voorbeelden van schendingen zijn bijvoorbeeld kinderarbeid, werken voor minder dan het minimumloon, werk met gevaarlijke chemicaliën en een ernstig gebrek aan veiligheids- en gezondheidsmaatregelen.

Palmolie als biobrandstof

Hoewel veel mensen supermarktproducten met palmolie boycotten, wordt de meeste palmolie gebruikt als biobrandstof, namelijk ongeveer de helft van alle geïmporteerde palmolie in Europa. Biobrandstof is dan ook één van de grootste redenen van de toenemende vraag naar palmolie. Sinds 2009 is het in de EU verplicht om biobrandstof te mengen met reguliere brandstof. Omdat palmolie zo’n efficiënt geproduceerde en goedkope biobrandstof is, wordt er in de EU massaal gekozen om palmolie met reguliere brandstof te mengen om aan deze wetgeving te voldoen. Er wordt deels ook wel gebruikgemaakt van andere grondstoffen zoals gebruikt frituurvet of andere oliën, maar die zijn nog steeds een stuk duurder en dus veel minder aantrekkelijk.

Daarom wordt in Nederland 60% van de reguliere brandstof gemengd met palmolie. In 2015 werd daarvoor 3.35 miljoen ton aan palmolie geïmporteerd om biobrandstof voor Europa te maken. De EU wil in de komende jaren graag de hoeveelheid biobrandstof verder uitbreiden, waardoor de vraag naar palmolie waarschijnlijk nog veel sterker zal toenemen.

Palmolie voor de veeteelt

Palmolie wordt ook gebruikt in bijna alle soorten veevoer. Hiervoor wordt elk jaar door Nederland zo’n 114.000 ton palmolie geïmporteerd. Iets meer dan de helft daarvan is voor veevoer voor dieren voor de export. 46.500 ton palmolie wordt gebruikt voor het maken van dierlijke producten voor de Nederlandse markt. Hoewel de hoeveelheid palmolie die geïmporteerd wordt voor biobrandstof en producten voor mensen veel groter is, is de impact van de veeteelt niet verwaarloosbaar. Voor het maken van één kilo rundvlees wordt gemiddeld 24 gram palmolie gebruikt. Voor kippenvlees is dit zelfs 44 gram en voor eieren 17 gram. Vooral vleeskippen krijgen vrij veel palmolie; bijna 2,5 procent van hun voer.

De rol van Nederland

Gezien de afschuwelijke omstandigheden waarin palmolie geproduceerd wordt, is het erg jammer om te zien dat Nederland daar een behoorlijke rol in speelt. Hoewel palmolie niet in Nederland verbouwd kan worden, is Nederland wel een grote importeur, bewerker en gebruiker van palmolie. Via de haven van Rotterdam wordt namelijk de meeste palmolie van Europa geïmporteerd en Nederland is ook één van de grootste producenten van biobrandstof met palmolie.

In bio-raffinaderijen in Rotterdam wordt palmolie verwerkt in biobrandstof, wat vervolgens voor een groot deel weer verkocht wordt aan andere Europese landen. Daarnaast wordt ook een groot deel van de palmolie voor menselijke consumptie en voor veevoer via Rotterdam geïmporteerd en vervolgens verder verspreid over de rest van Europa. Zo verdient Nederland ook goed aan de palmolieproductie.

Duurzame palmolie

In een poging de problemen rond palmolieproductie op te lossen, werd in 2004 de Roundtable for Sustainable Palm Oil (RSPO) opgericht. De RSPO is een non-profit organisatie waarin palmolieproducenten en de industrieën die gebruik maken van palmolie samenkomen met NGO’s om afspraken te maken over het verbeteren van de palmolieproductie, zowel op het gebied van milieu als mensenrechten. Samen hebben zij het RSPO certificaat bedacht; een certificaat voor duurzame palmolie.

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor en vraag naar duurzame palmolie, waardoor inmiddels 19% van de palmolieproductie een RSPO certificaat heeft en dus duurzaam is. Grote bedrijven zoals Unilever werken alleen nog maar met 100% duurzame gecertificeerde palmolie en 90% van de palmolie die in Nederland gebruikt wordt zou duurzaam zijn. Een goede ontwikkeling zou je zeggen.

Maar hoeveel betekent dit eigenlijk?

Helaas betekenen het RSPO certificaat en de term ‘duurzame palmolie’ vrij weinig. De RSPO legt de lat voor ‘duurzame’ palmolie namelijk heel laag. Veel grote bedrijven die ‘duurzame’ palmolie gebruiken, kunnen niet precies aantonen waar al hun palmolie vandaan komt en vaak verkopen zij het al onder het duurzaamheidscertificaat voordat plantages geïnspecteerd zijn.

Daarnaast zijn de regels voor het RSPO certificaat misleidend. Een palmolieproducent die bijvoorbeeld één plantage heeft die aan alle regels voldoet, mag ook de palmolie van andere, niet-duurzame plantages als ‘duurzaam’ verkopen. Bovendien is er geen aparte infrastructuur voor gecertificeerde palmolie, waardoor die eigenlijk altijd gemengd wordt met niet-gecertificeerde palmolie. Bedrijven kopen dus vooral een certificaat en niet echte duurzame palmolie.

De regels zijn niet streng genoeg

Daarnaast komen bedrijven met een RSPO certificaat die zich niet aan de regels houden er vaak vrij makkelijk mee weg. De plantages bevinden zich vaak in afgelegen gebieden en zijn lastig te inspecteren. Zelfs wanneer blijkt dat duurzaamheids- of mensenrechtenregels geschonden zijn, duurt het vaak jaren voordat daar iets mee gedaan wordt.

In 2010 werd er bijvoorbeeld een klacht ingediend tegen palmolieproducent IOI toen bekend werd dat dit bedrijf zich illegaal land toe-eigende en duizend hectare aan beschermde natuur had vernietigd. Dit bedrijf heeft naast plantages ook een verwerkingsfabriek in Rotterdam. Het duurde 6 jaar voordat IOI eindelijk door de RSPO geschorst werd en 5 maanden later werd dit bedrijf weer toegelaten tot de RSPO.

Van meerdere andere grote bedrijven met een RSPO certificaat is ook bekend dat ze zich niet aan de regels houden zonder dat de RSPO hier iets mee doet en vooral het illegaal toe-eigenen en vernietigen van regenwoud komt erg vaak voor.

Waarom palmolie boycotten niet helpt

Duurzame palmolie is duidelijk niet de oplossing voor het probleem, maar de vraag blijft ‘wat dan wel’? De problemen rond de productie van palmolie blijven wel dusdanig ernstig dat veel mensen er (terecht) iets aan willen doen. Sommige mensen hebben daarom besloten om alle producten met palmolie erin te boycotten. Dit is op zich een logisch idee, maar helaas helpt dit niet om een einde te maken aan de ontbossing en de bijbehorende mensenrechtenschendingen.

Gebrek aan landbouwgrond

Het grote probleem is namelijk niet palmolie, maar het gebrek aan landbouwgrond. Wij willen namelijk veel en goedkope producten en om die te produceren is er landbouwgrond nodig. Als mensen massaal palmolie gaan boycotten dan is het alleen maar een kwestie van tijd voordat producenten de palmolie in hun producten gaan vervangen voor een ander ingrediënt, hoogstwaarschijnlijk een ander soort olie. Mensen gaan namelijk niet opeens minder kopen, maar vervangen producten met palmolie vaak voor een soortgelijk product zonder palmolie. Dat lost alleen het probleem niet op want ook voor het vervangen van palmolie is land nodig om dit nieuwe ingrediënt te verbouwen.

Vervangers gebruiken, helpt niet!

Hoogstwaarschijnlijk is er dan zelfs méér land en dus meer ontbossing nodig dan voor palmolie. Palmolie is namelijk één van de meest effectieve en duurzame oliesoorten. 1 hectare oliepalmen levert elk jaar 3,7 ton palmolie op. Een hectare met zonnebloemen levert bijvoorbeeld maar 0,7 ton olie op. Als producenten door de boycot dus gedwongen worden om op alternatieven over te gaan en voor zonnebloemolie zouden kiezen, dan zou daardoor dus vijf keer meer grond nodig zijn dan voor dezelfde hoeveelheid palmolie.

Dit komt ontbossing en het milieu niet ten goede. Daarnaast zijn veel andere soorten olie ook een stuk vervuilender omdat er veel meer kunstmest en pesticiden nodig zijn of omdat de productie zorgt voor een giftig bijproduct (zoals bij olijfolie).

Maar wat is dan de oplossing?

Wat is de oplossing dan wel? Helaas is het probleem vooral dat we meer en meer landbouwgrond nodig hebben om aan de vraag van consumenten te voldoen. De enige oplossing om de ontbossing voor palmolie en voor andere producten te stoppen is door minder te consumeren, bijvoorbeeld door geen onnodige dingen te kopen en zo veel mogelijk producten te kopen die met weinig land geproduceerd kunnen worden.

Helaas is consuminderen zowel onder consumenten als onder producenten niet bepaald populair dus is het niet verbazingwekkend dat vooral producenten en NGO’s zich liever focussen op een winstgevendere aanpak, zoals duurzame palmolie. Mocht je toch palmolie willen boycotten, vermijd dan ook alle andere soorten olie. Hierdoor voorkom je dat je producenten aanmoedigt om over te gaan op nog milieu-onvriendelijkere oliesoorten en verklein je ook je ecologische voetafdruk.

Wat is realistisch?

Het is niet realistisch om te verwachten dat alle bedrijven gaan stoppen met het gebruik van palmolie (en ook niet wenselijk aangezien dat waarschijnlijk alleen maar slechter voor het milieu zou zijn). Aangezien palmolie dus gebruikt blijft worden, is het wel goed om bedrijven aan te moedigen palmolie duurzamer te maken. Het huidige RSPO certificaat stelt niet veel voor, maar het is wel degelijk mogelijk om de palmolie-industrie te verduurzamen. Je kunt hierin helpen door bijvoorbeeld NGO’s te vragen strengere regels en controle voor duurzame palmolie te implementeren en bedrijven te vragen om over te gaan op deze duurzame palmolie. Laat hen weten dat we duurzamere palmolie willen!

Tags:

Ken jij iemand die alles over het veganisme, dierenrechten en het milieu weet en daarnaast ook nog eens vloeiend Mandarijn spreekt? Maak kennis met Elise... en haar 3 lieve katten. Meer blogs lezen…

Elise

Blogger